Hun capriolen kan je zien als je erop uit trek de polder in.
Het mannetje dat langs de oever van de vijver het vrouwtje achterna zit.
Of een juffer of libel die zich opwarmt in het ochtend zonnetje, met haar gazen vleugels pronkt,
iets dat er vooral uitziet als een gesluierde dame.
Vervolgens gevonden wordt door een mannetje waarmee zij naar hogere sferen stijgt.
Van een afstand zien de hofmakerij en de voortplantingsrituelen van libellen en juffers er
onschuldig uit, romantisch zelfs.
Maar bij nadere beschouwing blijken de paringsriten hardvochtig te zijn en komt er zelfs geweld
aan te pas.
Sommige mannetjes slaan de verleidingsfase geheel over en grijpen een vrouwtje dat zich
nietsvermoedend zit te warmen
in de zon, nee de paring verloopt bij libellen en juffers niet zachtzinnig.
Vrouwtjes die zich in de buurt van het water wagen, worden direct door een mannetje gegrepen
voor de paring.
Dit doet hij door met zijn achterlijfsaanhangselen het vrouwtje beet te pakken bij het hals schild
(juffers) of achter de kop (libellen).
Vaak gaat dit gepaard met een worsteling in de lucht.
Als het mannetje hierin slaagt ontstaat de zogenaamde tandempositie, waarbij het vrouwtje
dus achter het mannetje aan bungelt.
Samen vliegen ze verder, om de paring in bomen of in de oevervegetatie te voltooien.
Bij sommige soorten wordt de paring in de lucht voltooid.
In de volgende fase van de paring ontstaat het kenmerkende, hartvormige paringsrad.
Het vrouwtje brengt haar achterlijfspunt naar de onderkant van het achterlijf van het mannetje
vlak achter het borststuk.
Hier bevindt zich namelijk het secundaire geslachtsorgaan van het mannetje, waar een sperma
pakketje ligt opgeslagen.
Dit sperma pakketje heeft het mannetje zelf overgebracht van het primaire geslachtsorgaan
(in de achterlijfspunt), naar het secundaire geslachtsorgaan.
Als het paringsrad tot stand is gekomen vindt de uitwisseling van sperma plaats.
Echter niet voordat het mannetje het sperma van een eventueel vorig mannetje uit het lichaam
van het vrouwtje heeft gehaald.
Met behulp van een speciaal borstel vormig orgaantje in het secundair geslachtsorgaan.
Vrouwtjes lijken weerloos tegen het paringsgeweld van het mannetje, maar schijn bedriegt.
Vrouwtjes die niet tot paring bereid zijn, slagen er meestal wel in om de tandempositie te
verbreken.
Ook wanneer het sperma van een vorig mannetje wordt verwijderd, kan het vrouwtje toch een
deel van het sperma achterhouden en dus zelf bepalen welk mannetje haar eitjes bevrucht
. |