Orang Oetan betekent "de man uit het oerwoud" in het Maleis.
Heel vroeger probeerde de Maleisiërs de Orang Oetan niet te doden, want ze dachten dat het
een man was.
Een man die zich in oerwoud verstopte, om zo aan de slavernij de ontkomen.
Orang oetans zijn zeer intelligent en kunnen nadenken.
Ongeveer 97% van het DNA is hetzelfde als dat van de mens.
Ze verplaatsen zich op een voor hen gemakkelijke manier door via de takken van boom naar
boom te slingeren.
Tegen de avond maken ze hoog in een boom een nest van takken en bladeren en slapen op
veilige hoogte.
Ook maken ze zelf van grote bladeren paraplu’s om zich zo te beschermen tegen de regen.
Al het voedsel dat de Orang Oetan nodig heeft vind hij in de bomen, ook het benodigde water
vind hij hier.
Hij drinkt het water dat door de regen in de bladeren en bloemen is achtergebleven en is het
dan een keer lang droog dan kauwt hij op bladeren om zo toch aan vocht te komen.
Sarawak heeft de grootste populatie Orang Oetans.
Je vindt deze apen alleen op Borneo en Sumatra.
Eén keer in de 5 tot 8 jaar wordt er een kleintje geboren.
Het resulteert dus slechts in 4 of 5 baby's in een Oerang Oetans leven en dat is heel weinig.
Je begrijpt dus dat de populatie van Orang Oetans zich heel moeizaam herstelt.
Doordat de mens het leefgebied van de Orang Oetan steeds kleiner maakt en doordat ze een
laag geboorte cijfer kennen, zorgen die twee factoren er samen voor dat er nog weinig Orang
Oetans buiten de beschermde gebieden leven.
Met name in Sarawak worden de dieren nu beschermd en hun aantal schijnt toe te nemen.
Er zijn inmiddels strenge regels die men ervan weerhoudt om ze als huisdier te nemen.
Wordt er een in gevangenschap gevonden dan zal deze Orang Oetan naar een opvang centra
worden gebracht waar hij weer zal leren voor zichzelf te zorgen, als dit eenmaal gelukt is zal
hij weer terug keren naar het bos.
|